Smals Bouwgrondstoffen logo
geschiedenis - een volwaardige onderneming

Nieuwe en aanvullende vergunningen leidden er uiteindelijk toe dat Smals meer dan 60 jaar grind bleef baggeren op de Maas.
In 1896 werd de houten aak – het “stoomhogedrukje” – vervangen door een stalen baggermolen,  “de Twee Gebroeders” genaamd.  De afmetingen van het schip waren 13 x 4,50 met een diepgang van 60 cm.  Het laadvermogen bedroeg 70 ton. Na enkele jaren al werd de molen vergroot en voorzien van een zwaardere stoommachine.
Ook nadat Arnoldus Smals zich had teruggetrokken uit de baggering, bleef hij op de wal reparaties uitvoeren aan de molen, waarmee zijn zoons de arbeid van vader voortzetten.

In het begin van de 20e eeuw begon ook Nederland zich verder te ontwikkelen. De Maaskanalisatie in de jaren twintig, de aanleg van het kanaal van Wessem naar Nederweert, het Maas-Waal-kanaal, alles gericht op de toenemende scheepvaart en de ontsluiting van het achterland.  Het afzetgebied werd voor Smals daarmee sterk vergroot. Anderzijds konden nu ook andere grindbaggeraars, zoals uit het rivierengebied van Waal en Merwede, in Limburg aan de slag. De onderlinge concurrentie was groot, hoewel inmiddels ook een groeiende behoefte aan grondstoffen vanuit de bouwwereld was ontstaan.
De afronding van de Maaskanalisatie maakte het waterpeil, en dus ook de scheepvaart, veel minder afhankelijk van de weersinvloeden op deze van oorsprong regenrivier. Dit droeg vanaf 1929 sterk bij aan de continuïteit in de grindproductie. Van de 1,2 miljoen ton grind die in 1931 door de vele tientallen opererende bedrijven over de Maas werd afgevoerd nam Smals 70.000 ton voor haar rekening, een voor die tijd niet geringe hoeveelheid. De zonen van zowel Toon als Mighiel waren inmiddels toegetreden tot de onderneming.

Van klein naar groot
Om aan de toenemende vraag naar grind te voldoen schafte de onderneming in 1931 een zwaardere baggermolen aan – ook weer “De Twee Gebroeders” genaamd – welke in 1937 al weer moest worden verlengd en verbreed.
Het bedrijf ontwikkelde zich sterk in de jaren dertig, evenals het afzetgebied, dat zich nu uitstrekte tot Antwerpen en de Randstad. Dit ging zo door tot aan de Tweede Wereldoorlog. De activiteiten werden stilgelegd.  In 1941 overleden zowel Toon als Mighiel.

Een volwaardige onderneming  
De eerste jaren na de oorlog werden met het baggermateriaal, of wat er nog van over was, eerst in opdracht van Rijkswaterstaat ondieptes in de Maas verwijderd welke tijdens de oorlog bij gebrek aan onderhoud waren ontstaan. De onderneming werd inmiddels aangestuurd door de respectievelijke zonen van de broers Toon en Mighiel. Het was aan dit viertal om het bedrijf verder uit te bouwen, sinds 1950 met drs. Jo Smals als hoofddirecteur.
Vanaf 1935 was het ook mogelijk geworden om buiten het zomerbed in de uiterwaarden te gaan baggeren. In het midden-Limburgse dorpje Ool bij Herten en op andere locaties in de omgeving daarvan zette Smals haar grindwinning voort.  De daaruit destijds ontstane grindplassen zijn nu bekend als Isabella-greend (1947), Seketten-greend (1953) en Oolder-greend (1955). Er werden later ook gronden verworven in het Oolerveld en het Dreesken te Herten. De zetel van de onderneming werd in 1954 verplaatst naar het dorp Herten.

Voor het winnen van grind in de uiterwaarden komt veel meer kijken dan een baggermolen, zoals op de Maas zelf. De agrarische gronden dienden verworven te worden en van haar kleidek, dat soms wel 4 meter dik was, te worden ontdaan. Ook dienen wegen te worden verlegd en kunstwerken, zoals stuwen en bruggen, te worden gebouwd. De vraag naar de gronden liet de prijs daarvan fors oplopen. Waar in 1945 nog  f. 7.000,-- (€ 3.000,-) per hectare werd betaald was dat in 1950 al f. 30.000,-- (€ 13.500,--). Deze investeringen noodzaakten ook tot het verrichten van grondig geologisch onderzoek. Naast de dikte van de kleiafdek werd de dikte en samenstelling van het grindpakket nauwkeurig bepaald. Omdat de Maas in Midden-Limburg onderdeel vormt van een grote slenk, was hier door de rivier ook het dikste pakket grind afgezet, en ook nog eens in een gunstige korrelsamenstelling. Dit grind met een maat tussen 4 en 32 millimeter wordt “keurgrind” genoemd en bleek uitstekend geschikt te zijn voor het produceren van beton.

Terug / Volgende

Deze pagina afdrukken