Geschiedenis van de onderneming Smals Beheer B.V.
Hoe het begon
De grondlegger van de huidige onderneming, Arnoldus Smals, werd op 11 april 1833 geboren in het dorp Leunen nabij Venray in de provincie Limburg.
Met zijn echtgenote, Johanna Wennekers, vertrok hij na in 1866 in het huwelijk te zijn getreden naar Holthees in de provincie Noord Brabant. Al vrij snel constateerde hij dat de landbouw voor hem te weinig toekomst bood, zeker in het licht van de grote landbouwcrisis aan het eind van de 19e eeuw. Hij besloot het over een andere boeg te gooien. Arnoldus kon toen nog niet bevroeden dat hij daardoor de grondlegger zou worden van de huidige onderneming met ruim 100 vaste medewerkers en een jaaromzet van bijna veertig miljoen euro.
De overlevering leert ons dat Arnoldus sinds 1875 in de wintermaanden met een houten aakje de rivier de Maas bevoer om grind te “beugelen”. Dit gebeurde met een grote emmer die aan een touw over de rivierbodem werd getrokken. Aanvankelijk begonnen als bijverdienste, groeide deze activiteit uit tot een dagtaak.
Het aldus gewonnen materiaal, ook bekend als “stol”, werd gebruikt voor het verharden van wegen en pleintjes in de dorpskernen. In deze periode begonnen gemeenten en provincies met het aanleggen van nieuwe wegen die de dorpen moesten ontsluiten. Daarmee diende een einde te komen aan de veelal nog middeleeuwse toestanden van modderige karresporen die in natte tijden vrijwel onbegaanbaar waren. De nieuwe wegverharding, naar haar schotse uitvinder Mc. Adam ook wel “macadamwegen” genoemd, sprak de overheden sterk aan omdat daarmee aanzienlijk kon worden bezuinigd op onderhoudslasten. Grind werd een gewilde grondstof en Arnoldus Smals kon zich gaan wijden aan het vergroten van zijn onderneming. De aanschaf van een handbaggermolen en een groeiend klantenbestand waren het gevolg.
Start van de onderneming
In 1885 verruilde Arnoldus Smals het beroep van landbouwer/dagloner voor dat van grindwerker. Hij verhuisde daartoe van Maashees naar de aan de Maas gelegen locatie Burggraaf in het dorp Vierlingsbeek. Hij begon daar met een houten scheepje met daarop een handbaggermolen grind te winnen. Al snel ruilde hij deze in voor een heuse stoombaggermolen. Samen met zijn zonen Toon en Mighiel, startte hij zo de industriële winning van grind. Deze stoombaggermolen, de “Twee Vrienden” genaamd was in feite niet meer dan een houten aak van 10 x 3,88 meter, metende 30 ton. De molen was voorzien van een 4 PK hogedruk stoommachine. Vanaf dat moment was de landbouw voor de familie Smals verleden tijd, getuige ook de huwelijksakten van respectievelijk Toon en Chiel waarin werd vastgelegd dat zij het beroep van grindwerker uitoefenden.

